Conceptuele traditie

Atelier in de voormalige Willem II sigarenfabriek in Den Bosch, omstreeks 1995

"Het werk van Hans Waanders stond in de teken van de ijsvogel en past in de conceptuele traditie van de beeldende kunst, hoewel hij soms ook duidelijke elementen hanteert die afkomstig zijn uit de pop art, waarop de conceptuele kunst juist een reactie vormde, zoals het gebruik van reeds bestaande beelden als collage of kopie en een herhaling van een thema, ofschoon dit binnen de conceptuele kunst ook niet ongebruikelijk is. Hierbij valt te denken aan Hanne Darboven die in haar werk op rituele wijze in een bijna eindeloze herhaling handgeschreven cijferreeksen bijeenbrengt. Ook is er verwantschap met het werk van On Kawara die zijn identiteit en zijn plaats in de wereld letterlijk tot uitdrukking brengt middels tijdsbepalingen en data, geografische lengte en breedte van de plaats waar hij zich bevindt en door het sturen van levenstekens per telegram, brief of kaart. Zijn belangstelling voor het landschap en het reizen deelt Hans Waanders met kunstenaars als Richard Long en Hamish Fulton, voor wie het landschap het decor is van hun aanwezigheid en de achtergrond vormt van hun activiteit. Fulton publiceert zijn wandelingen in de natuur als volwaardige kunstwerken; Long maakt wandelingen en toont de ingrepen die hij in het landschap doet door stenen en andere materialen op een niet natuurlijke wijze te ordenen. Voor Waanders is het landschap in de eerste plaats een voorwaarde voor de mogelijke verschijning en aanwezigheid van de ijsvogel" (bron: Tjeu Teeuwen, Alcedo Atthis, februari 1995).

"In de artistieke benaderingen en in de vormaspecten van de publicaties van Richard Long en Hamish Fulton zien we sterk het observeren, documenteren en archiveren terug dat, samen met de belangstelling voor het procesmatige en de performance, zo kenmerkend was voor de kunst van de jaren '60 en '70" (bron: Cees de Boer, Het Boek der Natuur, Stichting ARTisBOOK en CBK Groningen, 2018).

Volgens voormalig galeriehouder Johan Deumens werd het spectrum van kunstenaarsboeken in de jaren '80 en '90 verder verbreed. "Het waren vooral de conceptuele boeken van kunstenaars, die bekend waren geworden met werk in andere media, die het meest in het centrum van de belangstelling stonden, zoals John Baldessari, Marcel Broodthaers, Daniel Buren, Sol LeWitt, Richard Long, Lawrence Weiner. In Nederland heeft Hans Waanders het minimale en conceptuele nieuw leven ingeblazen met zijn indrukwekkende reeks van boeken, waarvoor de ijsvogel de bron van inspiratie was. Al meer dan 15 jaar is de ijsvogel voor Hans Waanders de ingang tot een verkenning van de wereld. Wat bij een eerste kennismaking een bevlieging of curiositeit lijkt, blijkt een serieuze, diepgaande en verrassende ontvouwing van een alsmaar voortdurende verkenningstocht. De rijkdom aan ervaringen en informatie heeft hij met minimale middelen, zoals stempels en teksten, een beeldend karakter gegeven. Het boek als vorm is bij uitstek geschikt om een structuur in de waarneming en verkenning op te bouwen" (Johan Deumens, kunstenaarsboeken, kM, kunstenaarsMaterialen, 28, winter 1998).