Botanische verkenningen: Martin Brandsma & Sibylle Eimermacher


In de video Botanische verkenningen (2017) wordt de botanica van het territorium van een klapekster (Lanius excubitor) verkent, door soorteigen gezichtspunten van functionaliteit te hanteren. Het verkennen brengt een tactiele ervaring en fysiek begrijpen van de praktische mogelijkheden teweeg, die door de aanwezige botanica worden aangediend. Volgens een verhandeling van Konrad Lorenz & Ursula von Saint Paul uit 1968 over de ontwikkeling van bepaalde gedragsaspecten van de klapekster, functioneren specifieke vormcriteria in de omgeving van de vogel als stimuli voor instinctieve handelingen. Welke ervaringen en inzichten kunnen we verkrijgen als we met onze eigen middelen de bewegingspatronen van de vogel overnemen?

De video (duur: 11:21 min.) is tot stand gekomen na een intensieve periode van kijken naar één klapekster die gedurende de winter van 2016/2017 op de Delleboersterheide, Oldeberkoop (Zuidoost Friesland) verbleef. Het doel van deze observaties was om door middel van waarneming, interactie, imitatie van gedrag en inleving meer inzicht te krijgen in het wezen en gedrag van de klapekster en onze relatie tot deze vogel. 

De klapekster (Lanius excubitor) is een zangvogel met de afmetingen van een spreeuw en het gedrag van een roofvogel. Kenmerkend voor deze soort en zijn familie de klauwieren (Laniidae) in het algemeen, is dat ze allen gebruik maken van een werktuig: de klapekster heeft namelijk de buitengewone eigenschap om zijn relatief grote prooien te doden met een snavelbeet en ze daarna te verorberen of bewaren door ze te fixeren op/aan natuurlijke objecten zoals doornen of twijgen van jonge opslag. Verondersteld wordt dat deze techniek nodig is omdat klapeksters de krachtige klauwen van roofvogels ontbeert. 

Volgens Konrad Lorenz & Ursula von Saint Paul functioneren specifieke vormcriteria in de omgeving van de vogel als stimuli voor de instinctieve handelingen om objecten te spietsen, klemmen of proppen.

Aan de video ‘Botanische verkenningen’ is een wetenschappelijk onderzoek naar het fixatiegedrag en de prooikeuze van klapeksters voorafgegaan, uitgevoerd door Martin Brandsma in samenwerking met gedragsbioloog Prof. Dr. Ton Groothuis. Ook het exemplaar van de Delleboersterheide is tijdens dit onderzoek uitvoerig bekeken. Bij dit individu werden gedragsaspecten als spietsen, klemmen, leggen, vastzetten, prikken, trekken en proppen vastgesteld. De wijze van fixatie leek bepaald door de grootte en vorm van de prooi in combinatie met de mogelijkheden die door de aanwezige botanica werden aangeboden.

Om dit distinctieve gedrag beter te kunnen begrijpen hebben Brandsma en kunstenares Sibylle Eimermacher een reconstructie gemaakt op basis van bovenstaande observaties en vastgelegd op video. "We hebben de fixatieplekken in dit gebied in kaart gebracht, om zicht te krijgen op de (functionele) manier, waarop de klapekster de botanica zou kunnen hebben bekeken: wat maakt dat een bepaalde tak geschikt is om prooien te klemmen, spietsen, leggen of proppen? We hielden het niet bij observatie maar wilden het gedrag ook aan eigen lijf ervaren door dezelfde handelingen uit te voeren. Tijdens deze handelingen kwamen we erachter dat we het gedrag van de vogel niet letterlijk wilden nabootsen. We kozen voor een eigen benadering van functionaliteit en subjectiviteit en die het beste aansluit bij ons menselijk lichaam: waar de vogel zijn snavel gebruikt, zetten wij onze handen in.

De hand is voor ons een goed ontwikkeld deel van ons lichaam om de wereld te verkennen. Het is een verlengstuk waarmee we afstand kunnen nemen maar ook juist een afstand kunnen overbruggen: oog en hand staan in een verbinding met elkaar, het ene stuurt het andere in wederzijdse wisselwerking. De hand is vooral een zintuig die voelt; een tastzin; het geeft ons de mogelijkheid om je letterlijk verbonden te voelen met de omvattende fysieke wereld en er ‘grip’ op te krijgen. De ontwikkeling van handigheid gaat gepaard met het verzamelen van zintuiglijke kennis en cognitief begrip."

"In de video gebruiken we beide handen om ons zo goed mogelijk tot de daadwerkelijke posities van de klapekster te kunnen verhouden; één om de zitpositie aan te duiden, de ander om de handeling van de fixatie uit te voeren. Voorafgaand aan elke handeling wordt de wetenschappelijke Latijnse naam van de prooien als levendbarende hagedis, bruine kikker, bastaardkikker, heikikker, spreeuw, dwergmuis in beeld gebracht. Het zijn de prooien die op de desbetreffende tak gefixeerd waren. Zoals onze eigen subjectieve functionaliteit deze performatieve handeling beïnvloed (denk aan onze persoonlijke voorkeur voor rechts- of linkshandigheid tijdens het uitvoeren in combinatie met de voorkeur van de vogel) is ook de wetenschap waarschijnlijk nooit geheel objectief. Wij kijken altijd vanuit onze eigen menselijke referentie en kunnen nooit geheel afstand daarvan nemen. In dit werk wilden we door zintuiglijke ervaring onze kennis en inzichten over de instinctieve handelingen van deze vogel en zijn ervaring van het landschap verdiepen" (2017).

Bron: met dank aan Martin Brandsma en Sibylle Eimermacher voor het beschikbaar stellen van de tekst.